Betekenis van:
senior

senior
Bijvoeglijk naamwoord
  • van leeftijd; van rijpe leeftijd
  • advanced in years; (`aged' is pronounced as two syllables)
"senior citizen"

Synoniemen

senior
Bijvoeglijk naamwoord
  • ouder
  • used of the fourth and final year in United States high school or college
"the senior prom"

Synoniemen

Hyperoniemen

senior
Bijvoeglijk naamwoord
    • older; higher in rank; longer in length of tenure or service
    "senior officer"
    senior
    Zelfstandig naamwoord
    • iem. die behoort tot een oudere generatie of jaargang
    • a person who is older than you are

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    senior
    Zelfstandig naamwoord
    • laatstejaars
    • an undergraduate student during the year preceding graduation

    Hyperoniemen

    senior
    Zelfstandig naamwoord
    • senior
    • a person who is older than you are

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    senior
    Zelfstandig naamwoord
    • eindexamenkandidaat
    • a person who is older than you are

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen