Betekenis van:
split up

Werkwoord

split up
(van echtgenoten) het huwelijk laten beëindigen
get a divorce; formally terminate a marriage

Synoniemen

Hyperoniemen

split up
breken
become separated into pieces or fragments

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

split up
discontinue an association or relation; go different ways

Synoniemen

Hyponiemen

Zelfstandig naamwoord

split up
bepaalde gymnastische stand
an increase in the number of outstanding shares of a corporation without changing the shareholders' equity

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord