Betekenis van:
trough

trough
Zelfstandig naamwoord
  • voederbak
  • a container (usually in a barn or stable) from which cattle or horses feed

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

trough
Zelfstandig naamwoord
  • voederbak; voederbak voor dieren
  • a container (usually in a barn or stable) from which cattle or horses feed

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

trough
Zelfstandig naamwoord
  • golfdal
  • a narrow depression (as in the earth or between ocean waves or in the ocean bed)

Hyperoniemen

Hyponiemen

trough
Zelfstandig naamwoord
    • a long narrow shallow receptacle

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    trough
    Zelfstandig naamwoord
    • spuier, spijer, waterspuwer
    • a channel along the eaves or on the roof; collects and carries away rainwater

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    trough
    Zelfstandig naamwoord
    • straatgoot
    • a channel along the eaves or on the roof; collects and carries away rainwater

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    trough
    Zelfstandig naamwoord
      • a concave shape with an open top

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      trough
      Zelfstandig naamwoord
        • a treasury for government funds

        Synoniemen

        Hyperoniemen