Betekenis van:
up-to-date

up-to-date
Bijvoeglijk naamwoord
  • van nu; momenteel; present; huidig
  • occurring in or belonging to the present time

Synoniemen

up-to-date
Bijvoeglijk naamwoord
  • meteen voorafgaand
  • in accord with the most fashionable ideas or style

Synoniemen

up-to-date
Bijvoeglijk naamwoord
  • modern; eigentijds; passend bij deze tijd
  • occurring in or belonging to the present time

Synoniemen

Hyperoniemen

up-to-date
Bijvoeglijk naamwoord
    • reflecting the latest information or changes
    "an up-to-date issue of the magazine"

    Werkwoord

    up-to-date