Betekenis van:
urge

to urge
Werkwoord
  • stimuleren, aanmoedigen; tot grotere inspanning aanzetten; sommeren; aansporen; aanzetten; bewegen tot; ertoe brengen; aansporen tot iets; onder druk zetten; aansporen
  • force or impel in an indicated direction
"I urged him to finish his studies"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to urge
Werkwoord
  • aanmanen tot iets
  • force or impel in an indicated direction
"I urged him to finish his studies"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to urge
Werkwoord
  • aansporen
  • force or impel in an indicated direction
"I urged him to finish his studies"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to urge
Werkwoord
  • opdissen; als debet boeken
  • push for something

Synoniemen

Hyperoniemen

to urge
Werkwoord
  • toejuichen; iemand toeroepen
  • spur on or encourage especially by cheers and shouts

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to urge
Werkwoord
  • aandrijven
  • force or impel in an indicated direction
"I urged him to finish his studies"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to urge
Werkwoord
  • dringen
  • force or impel in an indicated direction
"I urged him to finish his studies"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to urge
Werkwoord
  • opjutten, opjagen, opjuinen, pressen, opporren
  • force or impel in an indicated direction
"I urged him to finish his studies"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to urge
Werkwoord
  • aanraden, adviseren, raden
  • push for something

Synoniemen

Hyperoniemen

urge
Zelfstandig naamwoord
  • aanvechting
  • a strong restless desire
"why this urge to travel?"

Synoniemen

Hyperoniemen

urge
Zelfstandig naamwoord
    • an instinctive motive

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen