Betekenis van:
cheer

cheer
Zelfstandig naamwoord
  • vreugdekreet
  • the quality of being cheerful and dispelling gloom
"flowers added a note of cheerfulness to the drab room"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

cheer
Zelfstandig naamwoord
  • het vrolijk zijn
  • the quality of being cheerful and dispelling gloom
"flowers added a note of cheerfulness to the drab room"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

cheer
Zelfstandig naamwoord
  • opgewektheid, blijmoedigheid, lichtheid, opgeruimdheid
  • the quality of being cheerful and dispelling gloom
"flowers added a note of cheerfulness to the drab room"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

cheer
Zelfstandig naamwoord
    • a cry or shout of approval

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to cheer
    Werkwoord
    • toejuichen; iemand toeroepen
    • spur on or encourage especially by cheers and shouts
    "The crowd cheered the demonstrating strikers"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to cheer
    Werkwoord
    • opmonteren
    • give encouragement to

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to cheer
    Werkwoord
    • levendig, levendiger worden
    • become cheerful

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to cheer
    Werkwoord
    • verblijden, begiftigen, beschenken, bedenken
    • cause (somebody) to feel happier or more cheerful
    "She tried to cheer up the disappointed child when he failed to win the spelling bee"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to cheer
    Werkwoord
    • opfleuren, verlevendigen, opvrolijken, pimpen
    • cause (somebody) to feel happier or more cheerful
    "She tried to cheer up the disappointed child when he failed to win the spelling bee"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to cheer
    Werkwoord
      • show approval or good wishes by shouting
      "everybody cheered the birthday boy"

      Hyperoniemen

      Hyponiemen