Betekenis van:
aanvangen

aanvangen
Werkwoord
  • beginnen, starten
"Er was een nieuwe droogteperiode aangevangen."
aanvangen
Werkwoord
  • van een zeker ogenblik af gaan plaats hebben
"de voorstelling vangt aan"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

aanvangen
Werkwoord
  • een begin maken met
"de thuisploeg moest de tweede helft met een achterstand aanvangen"
"het werk aanvangen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen