Betekenis van:
afschieten

afschieten
Werkwoord
(dieren) doodschieten
"fazanten afschieten"
"die moeten ze afschieten"

Hyperoniemen

afschieten
Werkwoord
afkeuren bij stemming
"een plan afschieten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

afschieten
Werkwoord
met een schot verwijderen
"de blikjes van een plank afschieten"
"iemand een arm afschieten"

Hyperoniemen

afschieten
Werkwoord
(een ruimte) afscheiden door het aanbrengen van een beschot
"een kamertje met planken afschieten"

Hyperoniemen

afschieten
Werkwoord
met een schot doden
"De overbevolking in dit gebied wordt bestreden door jaarlijks wild af te schieten."
afschieten
Werkwoord
zich plotseling, snel bewegen of aldus bewogen worden in de richting die een bepaling noemt
"op iets afschieten"

Synoniemen

Hyperoniemen

afschieten
Werkwoord
schieten met. wapens; afvuren
"een kanon/geweer/pistool afschieten"
"een pijl afschieten op iemand"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen