Betekenis van:
anders

anders
Voegwoord
  • leidt een zin in die een andere gang van zaken aangeeft
"Je moet je huis verven, anders gaat het hout rotten."
anders
Bijwoord
  • op andere wijze
"Deze keer heb ik het anders gedaan."
anders
Zelfstandig naamwoord
  • anders; afwijkend; waarin onderscheid gemaakt wordt; verschillend; verschillend; verschillend; uiteenlopend
"het is anders dan anders"
"mooi/leuk is anders"

Synoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Vraag alsjeblieft iemand anders.
  2. Kan iemand anders antwoorden?
  3. Ik kan niet anders denken.
  4. Ze ging ergens anders winkelen.
  5. Mij is iets anders geleerd.
  6. Anders genoemd
  7. Kan dat ook anders geformuleerd worden?
  8. Hij eet niets anders dan fruit.
  9. Ga iets anders vinden om te doen.
  10. Nu ik leraar ben denk ik er anders over.
  11. Ik at niets anders dan brood en boter.
  12. Het bleek, dat hij niets anders was dan een leugenaar.
  13. Ik heb anders niets belangrijks meer te zeggen.
  14. Ik denk dat je me met iemand anders verward.
  15. Alles is grappig, zolang het met iemand anders gebeurt.