Betekenis van:
divers

divers
Bijvoeglijk naamwoord
  • gevarieerd van samenstelling
"Dit is een veel diversere samenleving geworden."
divers
Zelfstandig naamwoord
  • anders; afwijkend; waarin onderscheid gemaakt wordt; verschillend; verschillend; verschillend; uiteenlopend
"een divers publiek/aanbod"

Synoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Divers vlees
  2. Divers drukwerk
  3. Divers handgereedschap
  4. Divers mineraal afval
  5. Divers meubilair en uitrusting
  6. CPA 15.20.32: Klompen, divers speciaal schoeisel en ander schoeisel, n.e.g.
  7. De Commissie moet nagaan of er sprake is van een gebrekkige marktwerking op de breedbandmarkt in Nederland, meer bepaald in Appingedam, die zou kunnen worden ondervangen door staatssteun. Recente gegevens bevestigen dat in Nederland sprake is van felle concurrentie en een zeer divers aanbod op de breedbandmarkt.
  8. Overeenkomstig artikel 27, lid 1, van de mediawet van NRW [12] (hierna „MW-NRW” genoemd) steunt en begeleidt de MI de omschakeling van analoge naar digitale transmissie en moet zij erop toezien dat tegen passende voorwaarden een divers aanbod aan programma's wordt geleverd die via de verschillende transmissievormen worden uitgezonden.
  9. De betrokken gebruiker betwistte eveneens de inschatting van de PVA-gebruikersmarkt door de Commissie en argumenteerde meer bepaald dat de PVB-gebruikersmarkt zeer divers zou zijn. Zoals reeds in de voorlopige verordening is vermeld, wendde de gebruiker deze kwaliteit van PVA aan voor de productie van PVB.