Betekenis van:
betuigen

betuigen
Werkwoord
  • verzekeren; betuigen; dank etc. te kennen geven
"iemand je steun betuigen"
"(iemand) je spijt over iets betuigen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

betuigen
Werkwoord
  • iets duidelijk stellen
"Hij betuigde zijn medeleven met de familie van de overledene."