Betekenis van:
bezuinigen

bezuinigen
Werkwoord
  • besparen; bezuinigen op; bezuinigen
"bezuinigen op overheidsuitgaven"
"10 miljoen bezuinigen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bezuinigen
Werkwoord
  • door zuinig met geld of iets anders om te gaan de uitgaven verminderen
"U kunt thuis veel energie bezuinigen."

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Zo gaat de LBBW ervan uit dat zij in staat zal zijn 25 % te bezuinigen op haar administratiekosten.
  2. Als een overheidsbedrijf over onvoldoende middelen beschikt, dient het deze zelf aan te vullen door te bezuinigen op andere kostenposten of zijn middelen te verhogen.
  3. De doelstellingen in het herstructureringsplan van 2006 zijn als volgt: het bezuinigen op de exploitatiekosten, het verbeteren van de efficiency op de scheepswerf en het zorg dragen voor winstgevendheid van de scheepsbouwactiviteiten.
  4. Dit zou betekenen dat, telkens wanneer een autonome regionale belastingautoriteit die verantwoordelijk is voor de overheidsuitgaven in de betrokken regio, op basis van democratisch naar voren gebrachte publieksvoorkeuren besluit om te bezuinigen en de belastingen te verlagen, er sprake zou zijn van staatssteun.