Betekenis van:
binnenlopen

binnenlopen
Werkwoord
  • naar binnen gaan; naar binnen gaan
"bij [een kennis] binnenlopen"
"bij [de bank] binnenlopen"

Synoniemen

Hyperoniemen

binnenlopen
Werkwoord
  • te voet binnengaan
"Hij was de verkeerde kamer binnengelopen en trok zich snel terug."
binnenlopen
Werkwoord
  • een haven invaren
"Het schip was nog niet helemaal binnengelopen toen er een storm losbarstte."
binnenlopen
Werkwoord
  • (van schepen) in de haven komen
"(de haven van) Scheveningen binnenlopen"

Synoniemen

Hyperoniemen