Betekenis van:
boog

boog (de ~ | meervoud bogen)
Zelfstandig naamwoord
  • instrument voor schieten pijlen
"de boog kan niet altijd gespannen zijn"
"als een pijl uit een boog"

Synoniemen

Hyperoniemen

boog (de ~ | meervoud bogen)
Zelfstandig naamwoord
  • gebogen deel of lijn
"in een boog"
"met een grote boog ergens omheen gaan/lopen"

Hyperoniemen

boog
Zelfstandig naamwoord
  • gebogen overspanning tussen twee punten, ter ondersteuning van een gewelf, brug enz.

Hyperoniemen

Hyponiemen

boog
Zelfstandig naamwoord
  • schriftteken

Hyperoniemen

boog
Zelfstandig naamwoord
  • een wapen waarmee een pijl weggeschoten kan worden
boog
Zelfstandig naamwoord
  • een cirkelboog
boog
Zelfstandig naamwoord
  • een deel van een bouwwerk (vgl. spitsboog, triomfboog)
boog
Zelfstandig naamwoord
  • een vlamboog
boog
Werkwoord
  • van buigen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Hij boog voor zijn leerkracht.
  2. De autoweg ging verder in een wijde boog.
  3. RINGWEG SOFIA - NOORDELIJKE BOOG
  4. combinaties van snelheid, spoor in boog, verkantingstekort
  5. (twee textielbanden, T1 rechts en T2 links langs de boog)
  6. (twee lederen banden, een aan elke kant langs de boog)
  7. Deze krachten gelden voor zowel rechte baanvakken als spoor in boog.
  8. Bovenop deze textiellus, in het midden van de boog, is een rechthoekig stuk leer op de textiellus en de eerder genoemde materialen van de boog genaaid (rechthoekig stuk leer C3 op de foto’s).
  9. Op de linker en rechter zijde van de boog, op het punt waar deze aan de zool is bevestigd, zijn verscheidene van de banden die de boog vormen in de zool gewerkt en gezet.
  10. In het midden van de boog loopt de textielband die tussen de tenen loopt in een lus om alle eerder genoemde materialen van de boog heen (textielband T3 op de foto’s).
  11. „ontsteker”: een elektronisch mechanisme voor bediening van de lichtbron waarmee de boog van een gasontladingslichtbron kan worden gestart;
  12. In dit artikel wordt beschreven hoe de verbreding van het omgrenzingsprofiel ten gevolge van het berijden van een boog moet worden berekend.
  13. De twee niet zichtbare banden A zijn langs beide zijden van de boog volledig ingewerkt tussen de lederen banden C1 en de textielband T1/T2.
  14. Karakteristieke referentiewindsnelheden voor een hoekβw =90° (voertuig op spoor in boog met een q=0,5 m/s2 en een q =1,0 m/s2).
  15. het middelste punt van de kortste niet-gesteunde boog van de rand van het bedieningsorgaan van de stuurinrichting die geen spaak bevat;