Betekenis van:
dop

dop (de ~ | meervoud doppen)
Zelfstandig naamwoord
  • afsluitmiddel
"een dop op [de fles/het potje]"
"de dop dichtdraaien/aandraaien"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

dop
Zelfstandig naamwoord
  • een stevig omhulsel, ongeveer in de vorm van een halve bol
"Om een walnoot te eten, moet je eerst de dop kraken."
dop
Zelfstandig naamwoord
  • kapje ter afsluiting van iets
"Doe even de dop op die fles!"
dop
Zelfstandig naamwoord
  • oogleden.
"Kijk uit je doppen!"
dop
Zelfstandig naamwoord
  • eierschaal.
"Beter een half ei dan een lege dop."
dop
Zelfstandig naamwoord
  • ronde hoed met stijve bol

Synoniemen

Hyperoniemen

dop (de ~ | meervoud doppen)
Zelfstandig naamwoord
  • dopje in het oor bij het zwemmen, bij geluidsoverlast

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord