Betekenis van:
echtgenoot

echtgenoot (de ~ | meervoud echtgenoten)
Zelfstandig naamwoord
  • man met wie men getrouwd is; echtgenoot; echtgenoot; gelijke
"iemand tot echtgenoot nemen"
"de trouwe echtgenoot"

Synoniemen

Hyperoniemen

echtgenoot
Zelfstandig naamwoord
  • een mannelijke huwelijkspartner
"De vrouw en haar echtgenoot beleefden een romantische huwelijksreis."