Betekenis van:
man

man
Zelfstandig naamwoord
  • persoon van het mannelijk geslacht
"Elke man houdt van voetbal."
man
Zelfstandig naamwoord
  • een echtgenoot, een getrouwde man
"John is de man van Elly."
man
Zelfstandig naamwoord
  • een mens
"Een man heeft voedsel nodig."
man (de ~ | meervoud mannen)
Zelfstandig naamwoord
  • man met wie men getrouwd is; echtgenoot; echtgenoot; gelijke
"mijn man"
"aan de man komen/raken"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord