Betekenis van:
jongen

jongen (de ~ | meervoud jongens)
Zelfstandig naamwoord
  • kind of jeugdige man; jongen; (informeel) man; jongen; kind van het mannelijk geslacht; jongen; jongeman; jongen
"een kleine jongen"
"de jongens van de vlakte"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

jongen (de ~ | meervoud jongens)
Zelfstandig naamwoord
  • volwassen mens van het mannelijk geslacht
"een gladde jongen"
"een zware jongen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

jongen
Zelfstandig naamwoord
  • kind van het mannelijk geslacht, in relatie tot de ouder(s); mannelijke nakomeling

Synoniemen

Hyponiemen

jong (het ~ | meervoud jongen)
Zelfstandig naamwoord
  • jong dier; pasgeboren dier; pasgeboren dier
"jongen krijgen"
"jongen hebben"

Synoniemen

Hyperoniemen

jongen
Werkwoord
  • jongen krijgen (van dieren)
"in gevangenschap jongen"

Hyperoniemen

jongen
Werkwoord
  • (van dieren) nageslacht ter wereld brengen
"Onze teef heeft zojuist gejongd."