Betekenis van:
jong

jong (het ~ | meervoud jongen)
Zelfstandig naamwoord
  • jong dier; pasgeboren dier; pasgeboren dier
"jongen krijgen"
"jongen hebben"

Synoniemen

Hyperoniemen

jong (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • kind of jeugdige man; jongen; (informeel) man; jongen; kind van het mannelijk geslacht; jongen; jongeman; jongen
"ach jong, hoepel op!"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

jong
Zelfstandig naamwoord
  • een directe nakomeling van een dier
jong
Bijvoeglijk naamwoord
  • jong; van leeftijd
"van jongs af aan"
"jong en oud"

Synoniemen

Hyperoniemen

jong
Bijvoeglijk naamwoord
  • van geringe leeftijd