Betekenis van:
ernstig
ernstig
Bijvoeglijk naamwoord
- zonder grappen en serieus
"Op een ernstige toon sprak de meester zijn leerlingen toe}}."
ernstig
Bijvoeglijk naamwoord
- gemeend; serieus
"zich ernstig(e) zorgen maken"
"iets (niet (al te)) ernstig nemen/opvatten"
Synoniemen
Voorbeeldzinnen
- Tom was ernstig in elkaar geslagen.
- Men zegt dat hij ernstig ziek is.
- Ernstig ziek
- Kaak (ernstig)
- Ernstig letsel.
- Ernstig letsel.
- Ernstig risico
- „zeer ernstig ongeval”,
- Aantal ernstig gewonden:
- hetzij ernstig vervuild is.
- Hersenen (ernstig letsel/stoornis)
- ernstig gevaar voor het milieu.
- „Ernstig acuut respiratoir syndroom (SARS)”;
- Bijgevolg is het risico „ernstig”.
- Stofkap ontbreekt, is beschadigd of ernstig versleten.