Betekenis van:
stevig
stevig
Bijvoeglijk naamwoord
- van aanzienlijk sterkte
"De bokser deelde in die ronde een paar stevige klappen uit."
stevig
Bijvoeglijk naamwoord
- krachtig, stevig
"een stevige knul/bonk/meid/tante"
"stevige kuiten"
Synoniemen
Voorbeeldzinnen
- stevig,
- moeten stevig zijn uitgevoerd,
- moeten stevig en duurzaam zijn;
- stevig vastgemaakt aan het vistuig;
- Leuningen en handgrepen moeten voldoende stevig zijn.
- soepel tot stevig of hard, snijdbaar
- „Avocado’s moeten stevig zijn en zorgvuldig worden geplukt.”;
- Zij mogen minder stevig zijn, maar niet verwelkt.
- Zij moeten redelijk stevig zijn (eventueel iets minder stevig dan tomaten van klasse I) en mogen geen scheurtjes vertonen die niet zijn dichtgegroeid.
- De stoelen en banken moeten stevig aan het voertuig zijn bevestigd.
- Het subsysteem moet, in de normale rijpositie van het voertuig, stevig zijn gemonteerd.
- De sluitingen moeten stevig zijn, zodat het kind niet onderin de slaapzak kan glijden.
- De vloer van de dierenleefruimte dient alle dieren een stevig en comfortabel rustvlak te bieden.
- een duurzaam karakter heeft en derhalve voldoende stevig is voor herhaald gebruik;
- De kartons hebben een standaardformaat en gewicht en zijn voldoende stevig om te worden gestapeld.