Betekenis van:
geest

geest (de ~ | meervoud geesten)
Zelfstandig naamwoord
  • onstoffelijke verschijning
"een boze/kwade/goede geest"
"in/aan geesten geloven"

Hyperoniemen

Hyponiemen

geest (de ~ | meervoud geesten)
Zelfstandig naamwoord
  • krachtige persoonlijkheid
"een grote geest"
"een onafhankelijke geest"

Hyperoniemen

geest (de ~ | meervoud geesten)
Zelfstandig naamwoord
  • bedoeling of strekking
"in iemands geest handelen"
"naar de letter en de geest van de wet"

Hyperoniemen

geest
Zelfstandig naamwoord
  • een onsubstantieel wezen
"Kinderen zijn vaak bang van geesten."
geest (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • vermogen om te denken en te begrijpen
"de geest van de tijd"
"de Heilige Geest"

Synoniemen

Hyperoniemen

geest (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • innerlijk v.d. mens; ziel; het innerlijke v.d. mens
"iemand voor de geest staan"
"de geest prikkelen"

Synoniemen

Hyperoniemen

geest (de ~ | meervoud geesten)
Zelfstandig naamwoord
  • hoge zandgrond; geestgrond
"De geesten bleken ideaal voor het kweken van bloembollen"

Synoniemen

Hyperoniemen

geest
Zelfstandig naamwoord
  • dat wat zich afspeelt in iemands gedachten