Betekenis van:
rede

rede (de ~ | meervoud reden)
Zelfstandig naamwoord
  • ankerplaats voor schepen
"op de rede"

Hyperoniemen

rede
Zelfstandig naamwoord
  • een formele toespraak
"In zijn rede maakte hij gewag van grote vorderingen in zijn onderzoek."
rede
Zelfstandig naamwoord
  • een ankerplaats buitengaats
"Goeree is genoemd naar de goede rede die er te vinden was."
rede
Zelfstandig naamwoord
  • een formele toespraak
"In zijn rede maakte hij gewag van grote vorderingen in zijn onderzoek."
rede
Zelfstandig naamwoord
  • een ankerplaats buitengaats
"Goeree is genoemd naar de goede rede die er te vinden was."
rede (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • vermogen om te denken en te begrijpen
"naar rede luisteren"
"met rede"

Synoniemen

Hyperoniemen

rede (de ~ | meervoud redes)
Zelfstandig naamwoord
  • toespraak; toespraak; toespraak
"de directe/indirecte rede"
"een rede over [het broeikaseffect]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

rede (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • hersens als denkvermogen; verstandelijk vermogen; ratio
"Hij is de personificatie van de rede."

Synoniemen

Hyperoniemen