Betekenis van:
heffen

heffen
Werkwoord
  • op opwaartse richting doen bewegen
"Zij hieven het glas om hem nog vele gezonde jaren toe te wensen."
heffen
Werkwoord
  • doen betalen, aanrekenen
"Daarop wordt veel belasting geheven."
heffen
Werkwoord
  • opheffen; geld innen; tillen; opheffen; oppakken; opheffen; heffen; opheffen; optillen
"iets heffen"
"het glas heffen op iemand/iets"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

heffen
Werkwoord
  • opeisen
"belastingen/tolgeld heffen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Heffen en opvijzelen
  2. Ruimte voor heffen richtstang
  3. zwengels om luiken op te heffen;
  4. Lijnen met een spoorbreedte van 1668 mm — Heffen en opvijzelen
  5. Om de werking op te heffen is edrofonium noodzakelijk.
  6. Er bestaat een duidelijk juridisch onderscheid tussen het heffen van accijnzen en het heffen van een tol op zware vrachtwagens voor het gebruik van de infrastructuur.
  7. Behoudens de leden 3, 4, 5 en 6 kunnen de lidstaten een minimumaccijns op sigaretten heffen.”.
  8. Op grond van de vrijstellingsregeling voor omzetbelasting hoefden bedrijven geen omzetbelasting te heffen over hun verkooptransacties.
  9. De wetgever had ook kunnen beslissen de energiebelasting rechtstreeks bij de eindverbruiker te heffen.
  10. Aangevoerd wordt dat de PPA’s een manier vormden om die ernstige verstoring op te heffen.
  11. De lidstaten heffen geen enkele indirecte belasting, in welke vorm ook, ter zake van:
  12. Niettegenstaande artikel 5 kunnen de lidstaten de volgende rechten en belastingen heffen:
  13. maatregelen waarmee wordt beoogd bestaande beperkingen op het vrij verrichten van diensten op te heffen.
  14. Minimumvoorschriften voor arbeidsmiddelen die dienen voor het hijsen/heffen van lasten
  15. Door minder belasting te heffen op stroomleverantie aan in havens afgemeerde schepen maakt men walstroom aantrekkelijker.