Betekenis van:
helemaal
helemaal
Bijwoord
- in z'n geheel
"Hij was helemaal nat geworden."
Voorbeeldzinnen
- Je hebt helemaal gelijk.
- Hij heeft helemaal gelijk.
- Hij was helemaal bezweet.
- Ik wil helemaal geen melk.
- Hij kan helemaal geen Frans.
- Ik ben helemaal niet moe.
- Ik ben helemaal niet moe.
- Eet je spinazie helemaal op.
- Ik begreep het bijna helemaal!
- Hij kijkt helemaal geen TV.
- Eet je spinazie helemaal op.
- "Ben je moe?" "Nee, helemaal niet."
- Ik vind die combinatie helemaal geweldig.
- Vandaag is er helemaal geen wind.
- Een leven zonder liefde heeft helemaal geen zin.