Betekenis van:
ingang

ingang (de ~ | meervoud ingangen)
Zelfstandig naamwoord
  • toegang tot een gebouw; plaats van ingang; entreemogelijkheid
"gerede ingang vinden"
"de ingang [blokkeren/versperren]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ingang (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • tijd waarop iets begint
"met onmiddellijke ingang"
"met ingang van..."

Hyperoniemen

ingang (de ~ | meervoud ingangen)
Zelfstandig naamwoord
  • trefwoord v.e. woordenboekartikel; woord waaronder een artikel staat
"onder een ingang zoeken"

Synoniemen

Hyperoniemen

ingang
Zelfstandig naamwoord
  • contactpersoon

Hyperoniemen

ingang
Zelfstandig naamwoord
  • een trefwoord dat te vinden is in een woordenboek
ingang
Zelfstandig naamwoord
  • een opening waar iets doorheen kan