Betekenis van:
inlopen

inlopen
Werkwoord
  • van schoenen
"(nieuwe) schoenen inlopen"

Hyperoniemen

inlopen
Werkwoord
  • met vaart en kracht afkomen op
"tegen elkaar inlopen"

Hyperoniemen

inlopen
Werkwoord
  • lopend naar binnen gaan
"bij iem. inlopen"
"in- en uitlopen"

Hyperoniemen

inlopen
Werkwoord
  • de voorsprong verkleinen
"inlopen op iemand"

Hyperoniemen

Hyponiemen

inlopen
Werkwoord
  • een ruimte betreden
"Zij waren de verkeerde kamer ingelopen."
inlopen
Werkwoord
  • een afstand goedmaken
"Ze waren bijna een volle ronde ingelopen op de koploper."
inlopen
Werkwoord
  • achternagaan en weer bereiken
"de vluchters inlopen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

inlopen
Werkwoord
  • invaren

Hyperoniemen