Betekenis van:
inslaan

inslaan
Werkwoord
  • in een richting gaan
"de verkeerde straat inslaan"

Hyperoniemen

inslaan
Werkwoord
  • door slaan zich inspelen, zich voorbereiden op een wedstrijd
"hij slaat de bal gelukkig altijd in"

Hyperoniemen

inslaan
Werkwoord
  • in voorraad nemen
"drank inslaan"

Hyperoniemen

inslaan
Werkwoord
  • (iets) door slaan ergens in vastmaken
"een spijker inslaan"
"een ijkmerk inslaan"

Hyperoniemen

inslaan
Werkwoord
  • krachtig aankomen
"in een boom inslaan (van bliksem)"
"met een stok op iemand inslaan"

Hyperoniemen

Hyponiemen

inslaan
Werkwoord
  • met grote snelheid met een stilstaand voorwerp in botsing komen
"De bom sloeg in in de achterkant van het huis."
inslaan
Werkwoord
  • ''iets ~'' met een slag iets naar binnen toe doen verbuigen of breken
"De woeste krijger sloeg zijn tegenstander met een knots de hersens in."
inslaan
Werkwoord
  • voorzien van benodigdheden
"Drank en hapjes inslaan voor een fuif."