Betekenis van:
jagen

jagen
Werkwoord
  • wild vangen of doden
"jagen op eenden/konijn/'(groot) wild'"
"vogels/herten jagen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

jagen
Werkwoord
  • van de wind
"de wind jaagt door de schoorsteen"

Hyperoniemen

jagen
Werkwoord
  • najagen
"jagen op vrouwen"
"jagen op [nieuws]"

Synoniemen

Hyperoniemen

jagen
Werkwoord
  • bewegende wezens proberen te vangen
jagen
Werkwoord
  • het door mens of dier vanaf de wal slepen van schuiten

Werkwoord