Betekenis van:
kaart

kaart
Zelfstandig naamwoord
  • een bedrukt kartonnen vel dat met de post verstuurd kan worden
"Ik stuur je een kaartje."
kaart (de ~ | meervoud kaarten)
Zelfstandig naamwoord
  • rechthoekig stuk papier
"een rode/gele kaart"
"een rode/gele kaart krijgen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

kaart (de ~ | meervoud kaarten)
Zelfstandig naamwoord
  • kaart met het overzicht v.d. spijzen; overzicht v.d. spijzen; lijst van gerechten; menukaart
"wilt u misschien de kaart nog even zien?"
"ober, mag ik de kaart?"

Synoniemen

Hyperoniemen

kaart (de ~ | meervoud kaarten)
Zelfstandig naamwoord
  • kaart v.e. kaartspel; speelkaart
"open kaart spelen"
"een onhaalbare kaart"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

kaart
Zelfstandig naamwoord
  • het spel dat iemand krijgt toebedeeld

Hyperoniemen

kaart
Zelfstandig naamwoord
  • kaart voor in de computer

Hyperoniemen

kaart
Zelfstandig naamwoord
  • een schematische afbeelding van een ruimtelijk gebied op een plat vlak in een verkleinde schaal
kaart
Zelfstandig naamwoord
  • een kartonnen of plastic vel uit een kaartspel, om mee te spelen
kaart
Zelfstandig naamwoord
  • prentbriefkaart

Synoniemen

Hyperoniemen

kaart
Zelfstandig naamwoord
  • iets dat recht geeft op toegang; toegangskaartje; toegangskaartje; toegangsbiljet; toegangskaartje

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord