Betekenis van:
kleden

kleden
Werkwoord
  • zich aankleden
"zich als Elvis kleden"
"zich warm kleden"

Hyperoniemen

Hyponiemen

kleden
Werkwoord
  • zich ~: met weefsel bedekken, van kleding voorzien
"Zij kleedt zich altijd volgens de laatste mode."
kleden
Werkwoord
  • kleren aandoen
kleed (het ~ | meervoud kleden)
Zelfstandig naamwoord
  • jurk, japon
"iets in een nieuw kleedje steken"

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord