Betekenis van:
korten

korten
Werkwoord
  • in geldbedrag verlagen
"De uitkering werd flink gekort toen duidelijk werd dat de man wel voor een deel kon werken."
korten
Werkwoord
  • korter maken; korter maken; minder lang worden; korter maken
"de tijd korten"
"een plank korten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord