Betekenis van:
kring
kring
Zelfstandig naamwoord
- een ronde figuur zoals een cirkel
"Kinderen, ga maar in een kring staan!"
kring
Zelfstandig naamwoord
- een gemeenschap van mensen die met elkaar omgaan
"Dat is in deze kringen niet gebruikelijk."
kring
Zelfstandig naamwoord
- een ronde vlek op een tafelblad ontstaan doordat er een nat glas op gestaan heeft
"Hier, gebruik een bierviltje, anders heb je kringen."
kring
Zelfstandig naamwoord
- maatschappelijke, culturele, religieuze kring waarin iem. verkeert
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- de vlag met een kring van twaalf gouden sterren tegen een blauwe achtergrond,
- Zorgen voor de bekendmaking in brede kring van vonnissen van rechtbanken.
- De betrokken regelingen zijn dusdanig dat zij in brede kring worden aanvaard door de belangrijkste belanghebbenden in de betrokken lidstaten en in effectieve handhaving voorzien.
- Bijgevolg heeft het Oostenrijkse Verfassungsgerichtshof enkel de beperking tot de oorspronkelijke kring van begunstigden opgeheven en niet de hele wet inzake energiebelastingrestitutie.
- Oostenrijk heeft vooral niets gezegd over de feitelijk begunstigden, noch over de vraag of de kring van feitelijk begunstigden significant gewijzigd is na de aanpassing van de wet.
- De verantwoordelijkheid van de wettelijke auditors voor het openbaar belang houdt in dat een grotere kring van personen en instellingen vertrouwt op de kwaliteit van het werk van deze wettelijke auditors.
- Duitsland en de bank gingen er bij de berekening van de eenmalige effecten van de afsplitsing van de Berliner Bank van uit dat deze als zelfstandige bank dient te worden verkocht om de kring van bieders zo groot mogelijk te maken.