Betekenis van:
lastig
lastig
Bijvoeglijk naamwoord
- moeilijheden veroorzakend of opwerpend
"Hij is het lastigste kind van de klas."
lastig
Bijvoeglijk naamwoord
- last bezorgend, hinder veroorzakend
"een lastig vraagstuk"
"in een lastig parket zitten"
Synoniemen
Hyperoniemen
lastig
Bijwoord
- met moeite, op lastige wijze
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Ik vond de test lastig.
- Het is vrij lastig om in het donker te zien, is het niet?
- Bovendien is het hele terugvorderingsproces bijzonder langzaam en lastig verlopen.
- Voor kredietgevers blijft het echter behoorlijk lastig om de vooruitzichten van individuele ondernemingen te beoordelen.
- De taxonomie van Lemna spp. is lastig en wordt gecompliceerd doordat er een breed scala van fenotypen bestaat.
- In een aantal gevallen zijn werknemers die hun vermoedens van witwassen hebben gemeld, bedreigd of lastig gevallen.
- Uit eerdere studies en verslagen is gebleken dat de specifieke milieuvoordelen van milieukeuren moeilijk kunnen worden berekend doordat het lastig is om ze geïsoleerd te meten naast de milieuvoordelen die via andere milieumaatregelen zijn gerealiseerd.
- Garanderen van de vrijheid van meningsuiting en de vrije media Nemen van maatregelen om het lastig vallen van de pers te voorkomen en/of politieke bemoeienis met de pers te verhinderen.
- Voor wat betreft dit laatste punt wijst de Commissie er evenwel op dat het door de mogelijkheid een gezinscabine te reserveren, lastig is voor wat betreft de plaatsen een juiste schatting te maken van deze overschrijding.