Betekenis van:
louter

louter
Bijvoeglijk naamwoord
  • puur, enkel
"Hij leeft in een wereld van louter plezier."
louter
Bijwoord
  • slechts
"van louter plezier"
"louter goud/zilver"

Synoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. geen louter persoonlijke aangelegenheden betreffen;
  2. Hier louter ter informatie vermeld.
  3. Denemarken beschikt ook over louter regionale frequenties.
  4. Het compensatiefonds regelt daarentegen louter compensaties tussen distributeurs onderling.
  5. Zij waren bijgevolg louter speculatief en werden afgewezen.
  6. De inhoud van deze bijlage is louter ter informatie.
  7. Deze term wordt louter ter vereenvoudiging van de tekst gebruikt.
  8. Immers, een lening op louter zakelijke marktvoorwaarden zou zijn afgesloten tegen een veel hogere rentevoet.
  9. Voor de toepassing van deze verordening geldt deze definitie niet voor het louter verstrekken van nevendiensten.
  10. De drie soorten schoeisel waarnaar wordt verwezen, zijn louter bij wijze van voorbeeld gegeven.
  11. wijzigingen van louter administratieve aard die verband houden met de identiteit en contactgegevens van:
  12. Een louter statistische opsomming van het aantal officiële controles en audits voldoet niet aan die eis.
  13. De aanmelding is bijgevolg een wezenlijke vereiste en niet louter een kwestie van informatieverstrekking.
  14. Frankrijk betwist een garantie te hebben verstrekt in het kader van deze louter commerciële operatie.
  15. De maatregel is bijgevolg niet louter gericht op meer diversiteit aan aanbieders.