Betekenis van:
ontslaan

ontslaan
Werkwoord
  • beëindigen van een ziekenhuisopname
"De patiënt werd drie dagen na de opname weer uit het ziekenhuis ontslagen."
ontslaan
Werkwoord
  • ontheffen van; ontslaan van iets; mbt. een plicht of last
"iemand ontslaan van zijn verplichting/taak"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ontslaan
Werkwoord
  • (m.b.t. een werknemer) de arbeidsovereenkomst beëindigen van, meestal wegens onbekwaamheid of wangedrag van de werknemer
ontslaan
Werkwoord
  • (+ ''van'') ontheffen (van), vrijstellen (van): ''iemand ontslaan van een verplichting''