Betekenis van:
opslaan

opslaan
Werkwoord
  • in prijs stijgen
"een flink stuk opslaan"

Synoniemen

Hyperoniemen

opslaan
Werkwoord
  • een voorraad vormen van
"energie opslaan"
"goederen opslaan"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

opslaan
Werkwoord
  • een service uitvoeren, serveren
"Ja, je kunt nu opslaan!"
opslaan
Werkwoord
  • opzetten, monteren
"Zij ging haar tent in het bos opslaan."
opslaan
Werkwoord
  • duurder maken
"Eerst de prijzen opslaan om vervolgens meer korting te kunnen geven."
opslaan
Werkwoord
  • een voorraad aanleggen van
"Batterijen kunnen energie opslaan."
opslaan
Werkwoord
  • vastleggen of bewaren van gegevens
"Vergeet niet regelmatig het bestand op te slaan!"
opslaan
Werkwoord
  • (de gegevens) uit het geheugen overbrengen op schijf of cassette
"een bestand opslaan"
"informatie opslaan"

Synoniemen

Hyperoniemen

opslaan
Werkwoord
  • opstellen, in elkaar zetten

Hyperoniemen

opslaan
Werkwoord
  • bij balsport: serveren; opslaan (balsport); opslaan (balsport)

Synoniemen

Hyperoniemen