Betekenis van:
opzet

opzet (de ~ | meervoud opzetten)
Zelfstandig naamwoord
  • wijze waarop iets georganiseerd wordt
"een geslaagde/gelukte opzet"
"een opzet om de afsluiting van de bijeenkomst te organiseren"

Synoniemen

Hyperoniemen

opzet
Zelfstandig naamwoord
  • / de manier waarop aan iets vorm gegeven is
"De opzet van deze procedure laat veel te wensen over."
opzet
Zelfstandig naamwoord
  • het onderdeel zijn van een zo gewenst plan
"Was het werkelijk opzet dat zij aangereden werd?"
opzet (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • kwade bedoeling; bewuste bedoeling
"met opzet"
"zonder opzet"

Synoniemen

Hyperoniemen

opzet (de/het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • doel; bedoeling; voornemen om iets te bereiken; gedachten
"de opzet van het akkord"
"het opzet van het plan"

Synoniemen

Hyperoniemen