Betekenis van:
opzet

opzet (de ~ | meervoud opzetten)
Zelfstandig naamwoord
  • wijze waarop iets georganiseerd wordt
"een geslaagde/gelukte opzet"
"een opzet om de afsluiting van de bijeenkomst te organiseren"

Synoniemen

Hyperoniemen

opzet
Zelfstandig naamwoord
  • / de manier waarop aan iets vorm gegeven is
"De opzet van deze procedure laat veel te wensen over."
opzet
Zelfstandig naamwoord
  • het onderdeel zijn van een zo gewenst plan
"Was het werkelijk opzet dat zij aangereden werd?"
opzet (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • kwade bedoeling; bewuste bedoeling
"met opzet"
"zonder opzet"

Synoniemen

Hyperoniemen

opzet (de/het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • doel; bedoeling; voornemen om iets te bereiken; gedachten
"de opzet van het akkord"
"het opzet van het plan"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Bedoel je dat je met opzet je schoonheid verbergt?
  2. Opzet:
  3. Interne opzet
  4. Opzet van de bemonstering
  5. Opzet met slijpstuk (4.8.2)
  6. Opzet van de handleiding
  7. de interne opzet,
  8. Algemene opzet en architectuur
  9. Opzet van het netwerk
  10. Opzet en uitvoering
  11. Opzet van het netwerk …
  12. Opzet van de collegiale toetsing
  13. OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK
  14. Opzet van een goed gecoördineerd nationaal systeem voor statistiek.
  15. Opzet en professioneel, onafhankelijk beheer van het garantiefonds voor leningen.