Betekenis van:
pieken

pieken
Werkwoord
  • een piek bereiken
"pieken op het juiste moment"

Hyperoniemen

piek (de ~ | meervoud pieken)
Zelfstandig naamwoord
  • platte lans

Hyperoniemen

piek (de ~ | meervoud pieken)
Zelfstandig naamwoord
  • hoogtepunt v.e. beweging
"een piek in [de kijkcijfers/de verkoop/het elektriciteitsverbruik]"
"normaal hebben we een piek van 11 tot 12 uur"

Hyperoniemen

piek (de ~ | meervoud pieken)
Zelfstandig naamwoord
  • geld; gulden; gulden; gulden, geld; gulden; (informeel) gulden; munteenheid
"vijf piek patat met één piek mayonaise"
"[drie] piek"

Synoniemen

Hyperoniemen

piek (de ~ | meervoud pieken)
Zelfstandig naamwoord
  • haar dat uitsteekt
"een piek haar"
"er zitten een paar rare pieken in je haar"

Hyperoniemen

piek (de ~ | meervoud pieken)
Zelfstandig naamwoord
  • versiering voor in de kerstboom

Hyperoniemen

piek (de ~ | meervoud pieken)
Zelfstandig naamwoord
  • bovenste stuk of hoogste punt van een berg
"de besneeuwde pieken van Vuurland"

Synoniemen

Hyperoniemen