Betekenis van:
raming

raming (de ~ | meervoud ramingen)
Zelfstandig naamwoord
  • schatting van de benodigde uitgaven, vooral van de overheid
"de raming van 'een bedrag'/'de economische groei'/'de omvang van de schade'"
"de raming voor 1997"

Synoniemen

Hyperoniemen

raming
Zelfstandig naamwoord
  • de waarde van een object zoals vastgesteld door een beëdigd taxateur

Synoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. 23855 (raming)
  2. Totale douanewaarde (raming)
  3. Raming van het steunbedrag
  4. Totale douanewaarde (raming)
  5. Aantal transacties (raming)
  6. Raming van schuldvorderingen
  7. Raming van de financiële behoeften
  8. Deze raming is niet definitief.
  9. Afdeling 2 Raming van schuldvorderingen
  10. Raming van de benodigde middelen
  11. Artikel 73 Raming van het Parlement
  12. Deze raming wordt „Lifecycle Baseline 2” genoemd.
  13. Raming van de benodigde financiële middelen (totaal)
  14. Het Parlement stelt de raming vast.
  15. Raming voor het aantal voor huiswerk benodigde uren: