Betekenis van:
schakelen

schakelen
Werkwoord
  • een verbinding tot stand brengen
"Hij schakelde van het eerste naar het tweede net."
schakelen
Werkwoord
  • koppeling inschakelen; versnelling bedienen
"schakelen in/naar [de derde versnelling]"

Synoniemen

Hyperoniemen

schakelen
Werkwoord
  • vissen met een schakelnet

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord