Betekenis van:
uitschakelen

uitschakelen
Werkwoord
  • buiten competitie stellen
"Onze ploeg werd pas in de finale uitgeschakeld."
uitschakelen
Werkwoord
  • door andere schakeling deactiveren
"Het toestel was al uitgeschakeld."
uitschakelen
Werkwoord
  • buiten werking stellen
"het licht uitschakelen"
"een alarminstallatie uitschakelen"

Synoniemen

Hyperoniemen

uitschakelen
Werkwoord
  • in een positie of toestand brengen waardoor het object niet meer kan werken, niet meer kan meedoen
"een ploeg uitschakelen"
"de lanceerinrichtingen/tanks van de vijand uitschakelen"

Synoniemen

Hyperoniemen