Betekenis van:
uitschakelen
uitschakelen
Werkwoord
- buiten competitie stellen
"Onze ploeg werd pas in de finale uitgeschakeld."
uitschakelen
Werkwoord
- door andere schakeling deactiveren
"Het toestel was al uitgeschakeld."
uitschakelen
Werkwoord
- in een positie of toestand brengen waardoor het object niet meer kan werken, niet meer kan meedoen
"een ploeg uitschakelen"
"de lanceerinrichtingen/tanks van de vijand uitschakelen"
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Uitschakelen van lichten
- Uitschakelen van verwarming of airconditioning
- Het uitschakelen van het tractievermogen.
- In- en uitschakelen van het AS
- uitschakelen of overbruggen van treinbeïnvloedingssystemen (signalisatiesystemen)
- het falen en uitschakelen van CPDLC;
- alle andere bedienings- of bedrijfsmodi uitschakelen;
- uitschakelen van de ETCS-functionaliteit op de treinen.
- De gebruiker van het voertuig kan het paniekalarm ook uitschakelen.
- en max. 2 min na uitschakelen van de motor
- Automatisch uitschakelen van de verlichting in verhuurde onderkomens (1 punt)
- De gebruiker van het voertuig moet het paniekalarm ook kunnen uitschakelen.
- om excessieve emissies tijdens het koud starten, opwarmen of uitschakelen van de motor te voorkomen;
- Onrealistische vertragingen of versnellingen kunnen wijzen op het aan- of uitschakelen van een manipulatievoorziening.
- Gereedheidscodes mogen nooit in de „niet gereed”-stand worden gezet bij het inschakelen („key-on”) of uitschakelen („key-off”).