Betekenis van:
uitzetten

uitzetten
Werkwoord
  • van een bepaald punt uitgaande uitmeten, aftekenen
"een speurtocht uitzetten"
"het parcours voor een wielerwedstrijd uitzetten"

Hyperoniemen

uitzetten
Werkwoord
  • ergens doen verspreiden
"vis uitzetten in een vijver"

Hyperoniemen

uitzetten
Werkwoord
  • in volume toenemen
"Bij verhitting zetten de meeste materialen uit."
uitzetten
Werkwoord
  • iemand dwingen een gebied of gebouw te verlaten
"Hij werd zonder pardon de zaal uitgezet."
uitzetten
Werkwoord
  • het uitschakelen van een elektrisch toestel
"Ik heb het theelichtje uitgezet."
uitzetten
Werkwoord
  • buiten werking stellen
"de radio uitzetten"

Synoniemen

Hyperoniemen

uitzetten
Werkwoord
  • (geld) op interest plaatsen

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

uitzet (de/het ~ | meervoud uitzetten)
Zelfstandig naamwoord
  • complete uitrusting van kleren en linnengoed enz. van een bruid of van een baby
"voor de/je uitzet"
"voor je uitzet sparen"

Hyperoniemen