Betekenis van:
scholen

scholen
Werkwoord
  • aan een opleiding onderwerpen
"Zij schoolden een aantal van hun werknemers in deze nieuwe techniek."
scholen
Werkwoord
  • een vak leren; opleiden
"zich scholen in een vak"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

school (de ~ | meervoud scholen)
Zelfstandig naamwoord
  • inrichting waar onderwijs gegeven wordt
"de school duurt tot 12 uur"
"naar school gaan"

Hyperoniemen

Hyponiemen

school (de ~ | meervoud scholen)
Zelfstandig naamwoord
  • richting in kunst of wetenschap
"de Haagse school"
"de Haagse School"

Hyperoniemen

school (de ~ | meervoud scholen)
Zelfstandig naamwoord
  • groep vissen
"een school [haring]"

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Je kan niet alles van de scholen verwachten.
  2. Televisie kan een belangrijke cultuurbron zijn en haar schooluitzendingen staan in veel scholen hoog aangeschreven.
  3. Gesubsidieerde scholen
  4. scholen, ziekenhuizen, instellingen
  5. Schoonmaken van scholen
  6. Scholen/openbaar bestuur
  7. acties in scholen,
  8. scholen, als gespecificeerd door de lidstaten;
  9. onderwijsgevenden en andere personeelsleden van die scholen;
  10. de doeltreffendheid van een goede ventilatie voor het verminderen van de luchtvervuiling in scholen te evalueren;
  11. Staats- en gemeentelijke scholen in de zin van de Закона за народната просвета (обн., ДВ, бр.
  12. Op basis van het bovenstaande Europese richtsnoeren voor gezonde scholen in Europa ontwikkelen.
  13. uitgaven voor de leden en het personeel van de instellingen en bijdragen voor de Europese scholen;
  14. op niet-publieke plaatsen, zoals bedrijfskantines en kantines op scholen, universiteiten en andere onderwijsinstellingen.
  15. Voor bepaalde doelgroepen zoals scholen, ouderverenigingen en gebruikers kunnen specifieke campagnes worden gevoerd;