Betekenis van:
spijs

spijs (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • min of meer vloeibaar of kneedbaar mengsel, dat gebruikt wordt voor de bereiding van bepaalde produkten
"krentenbrood met spijs"

Hyperoniemen

spijs (de ~ | meervoud spijzen)
Zelfstandig naamwoord
  • al wat tot voeding kan dienen
"spijs en drank"
"Here, dank u voor deze spijs, amen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord