Betekenis van:
eten

eten
Zelfstandig naamwoord
  • dat wat iemand tot zich neemt om diens metabolisme in werking te houden
"Het eten was erg lekker."
eten
Zelfstandig naamwoord
  • de maaltijd
"Zij zorgt altijd voor het eten."
eten (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • al wat tot voeding kan dienen
"het eten ligt me zwaar op de maag"
"dat is geen eten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

eten
Werkwoord
  • het nuttigen van voedsel
"We gingen met de hele klas eten bij een pizzeria."
eten
Werkwoord
  • aan tafel eten; zich voeden
"spinazie eten"
"je bord leeg eten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord