Betekenis van:
splitsen

splitsen
Werkwoord
  • ''zich ~'': in twee of meer delen uiteen gaan
"Een stuk verderop splitst de weg zich."
splitsen
Werkwoord
  • ''iets ~'': in twee of meer delen opdelen
"Deze aandelen gaan gesplitst worden."
splitsen
Werkwoord
  • van elkaar gaan
"zich in [tweeën/'twee delen'/'twee stukken'] splitsen"
"zich splitsen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

splitsen
Werkwoord
  • ontbinden, uiteen doen vallen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord