Betekenis van:
scheiden

scheiden
Werkwoord
  • het samenzijn of de omgang van personen verbreken of verbroken houden
"(bij elkaar blijven) tot de dood ons scheidt"

Hyperoniemen

scheiden
Werkwoord
  • (van echtgenoten) het huwelijk laten beëindigen
"gaan scheiden"
"gescheiden zijn"

Hyperoniemen

scheiden
Werkwoord
  • in afzondering brengen
"In deze machine wordt het waardevolle erts gescheiden van de rest van het opgegraven gesteente."
scheiden
Werkwoord
  • ''~ van'': een huwelijksband verbreken
"Hij is al enige tijd van haar gescheiden.}} "
scheiden
Werkwoord
  • van elkaar gaan
"hier scheiden (zich) onze wegen"
"scheiden doet lijden"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

scheiden
Werkwoord
  • in een bepaalde toestand of op een bepaalde plaats laten blijven, terwijl men zelf vertrekt
"van iemand niet kunnen scheiden"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord