Betekenis van:
laten

laten
Werkwoord
  • afstaan
"iemand de eer laten"
"iemand de vrije hand laten"

Hyperoniemen

Hyponiemen

laten
Werkwoord
  • maakt een causatief uit een ergatief werkwoord: veroorzaken dat het gebeurt
"Hij liet zijn auto repareren."
laten
Werkwoord
  • maakt een causatief uit een ergatief werkwoord: toestaan dat iets gebeurt
"Hij liet de boter smelten."
laten
Werkwoord
  • het niet doen
"Laat dat!"
laten
Werkwoord
  • er niets aan veranderen
"Het zo laten."
laten
Werkwoord
  • vertrekken zonder hem mee te nemen
"Zij liet hem daar."
laten
Werkwoord
  • aansporing om iets te doen
"Laat dit een voorbeeld zijn."
laten
Werkwoord
  • in een bepaalde toestand of op een bepaalde plaats laten blijven, terwijl men zelf vertrekt
"je fiets in de schuur laten"
"je jas aan de kapstok laten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

laten
Werkwoord
  • toestaan; toestaan; toestaan
"leven en laten leven"
"laat staan dat ..."

Synoniemen

Hyperoniemen

laten
Werkwoord
  • nabestaanden achter doen blijven; bij zijn dood nalaten; bij overlijden achterlaten
"iemand je huis laten"

Synoniemen

Hyperoniemen

laten
Werkwoord
  • iem. laten zorgen voor
"iemand iets laten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord