Betekenis van:
nalaten

nalaten
Werkwoord
  • iets niet doen, dat men had zullen of moeten doen
"Hij liet na de gevolgen ervan goed te overzien."
nalaten
Werkwoord
  • in een testament toebedelen
"Hij liet zijn vermogen na aan de kerk."
nalaten
Werkwoord
  • als blijk van iets achter doen blijven; teken of indruk achterlaten
"een goede indruk nalaten"
"(diepe) sporen nalaten"

Synoniemen

Hyperoniemen

nalaten
Werkwoord
  • niet doen wat je moet doen; niet doen
"nalaten iemand te informeren"
"niet kunnen nalaten stiekem te kijken"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

nalaten
Werkwoord
  • nabestaanden achter doen blijven; bij zijn dood nalaten; bij overlijden achterlaten
"(aan) iemand een fortuin nalaten"
"een weduwe met zes kinderen nalaten"

Synoniemen

Hyperoniemen